Elisabeth Borluut en Joos Vijd zijn misschien niet moeders mooiste. Zij heeft harde trekken en haar blik staat streng op oneindig. Hij lijkt dan weer hooghartig zijn wenkbrauwen op te trekken. Zijn mondhoeken wijzen naar beneden, zijn kaken vallen in, en elke puist en rimpel is zonder genade vereeuwigd in zijn lichtjes papperig gezicht. Dat was voldoende voor amateur-kunsthistorici om van alles over hun karakter af te leiden, vooral over dat van Joos Vijd.  

Misschien wilde Van Eyck ons een boodschap meegeven? Over ’s mans ijdelheid, zijn hypocrisie, zijn zondigheid? Allemaal klinkklare nonsens.

Joos Vijd zoals Jan Van Eyck hem vereeuwigde

De investeringen van een nouveau riche

Eerst de feiten. De vader van Joos Vijd was baljuw van Beveren, maar die job speelde hij kwijt toen Filips de Goede hem op frauduleuze praktijken betrapte. Zijn zoon Joos moest het fortuin opnieuw opbouwen als turfhandelaar in het Waasland. Met succes, want hij schopte het uiteindelijk tot schepen in Gent en zelfs voorschepen van de Keure, wat vergelijkbaar is met de burgemeester vandaag.  

In zekere zin was hij als figuur van lagere adel een nouveau riche — zeker in vergelijking met zijn vrouw Elisabeth, die een telg was uit de eeuwenoude Gentse familie Borluut. Het echtpaar bleef wel kinderloos, waardoor aan het geslacht Vijd snel weer een einde zou komen.

De wapenschilden van de families Vijd en Borluut in de sluitsteen van hun kapel

Het is opvallend, zelfs voor die godsvruchtige tijd, hoeveel het koppel investeerde in de Sint-Janskerk, de latere Sint-Baafskathedraal. Ze betaalden een arm en een been voor een stuk van de kerk, voor hun eigen kapel en het ongezien ambitieuze Lam Gods. Voor sommigen was de verklaring niet ver te zoeken: Joos Vijd had iets goed te maken en betaalde grof geld om zijn zielenheil te verzekeren. Kijk maar naar de geldbuidel die Van Eyck aan zijn riem hing: maakte die niet duidelijk dat we met een hypocriete kapitalist te maken hadden?

Omdat de adellijke lijn ophield bij het kinderloze koppel, was dit kunstwerk een goede manier om toch de naam Vijd in leve te houden. En kijk, dat is hen wonderlijk goed gelukt, want we zijn er nog over bezig.
Professor Jan Dumolyn

Devotie en prestige

Dat verhaal van die boetedoening slaat nergens op. Misschien had deze man zich inderdaad verrijkt ten koste van anderen, maar dat lag in de lijn der verwachting en hoe dan ook zegt het portret van Van Eyck daar niets over. Het is onmogelijk om ook maar iets over de levenswandel of het karakter van Joos Vijd en Elisabeth Borluut af te leiden op basis van het Lam Gods, behalve dan dat ze er de geldschieters van waren.

De privékapel van het kinderloze echtpaar in de Sint-Baafskathedraal.

Het koppel had minstens twee redenen om de opdracht te geven. Ten eerste devotie: pure godsvrucht. Ten tweede sociaal prestige: tonen hoe belangrijk ze waren. Het ene noemen wij verheven en het andere ijdel, maar voor een 15de-eeuwer konden die twee perfect samengaan. Omdat de adellijke lijn ophield bij het kinderloze koppel, was dit kunstwerk een goede manier om toch de naam Vijd in leve te houden. En kijk, dat is hen wonderlijk goed gelukt, want we zijn er nog over bezig.

Waarom Van Eyck elke puist moest schilderen

Jan Van Eyck schilderde zijn mecenassen inderdaad niet mooier dan ze waren. Met de ogen van vandaag zijn we geneigd om daar conclusies uit te trekken. Als wij iemand in het beste daglicht willen portretteren, zouden we de beste hoek of Instagramfilter uitzoeken om onvolmaaktheden te verdoezelen. Dat had ook gekund toen. IJdelheid is van alle tijden en sommige schilders stelden de Bourgondische of stedelijke machthebbers zeker mooier voor dan ze waren. Maar niet Jan Van Eyck.  

Onze schilder moést de zaken haarscherp stellen, omdat zijn artistieke aanpak dat vereiste. De lijfspreuk van Van Eyck was “als ich can”. Dat kan je bescheiden vertalen als “ik doe mijn best”, maar net zo goed ambitieus als “ik zet alles op alles om de perfectie te benaderen”. En dat wilde hij. Jan Van Eyck nam zich voor om de schepping van God zo exact mogelijk weer te geven, om zo zelf dichter bij het goddelijke te komen. Dat heette in traktaten van toen de Visio Dei: het directe aanschouwen van God.

Botanische precisie op het Lam Gods: Van Eyck wilde Gods schepping perfect observeren

Daarom zijn al de planten op het Lam Gods stuk voor stuk botanisch exact geschilderd. Daarom heeft Van Eyck opspattende waterdruppels tot in het extreme optisch bestudeerd en waanzinnig correct geschilderd in de fontein. Daarom klopt de textuur en het borduursel van de kledij en de exacte lichtinval op elk van de honderden parels. En daarom schilderde hij ook Joos Vijd zoals hij voor hem poseerde in 1432, zonder één rimpel of puist door de vingers te zien. Om de schepping perfect weer te geven, ook in haar imperfecties.