Henry van de Velde is geboren in 1863 in Antwerpen, waar hij schilderkunst studeerde. Hij deed het niet slecht als schilder, maar hij wilde meer. Vanaf de jaren 1890 begon hij zich te verdiepen in toegepaste kunst: edelsmeden, keramiek, textielontwerp, architectuur… Hij werd een self-made totaalontwerper. Alles, letterlijk alles, moest harmoniëren met elkaar. Voor Villa Bloemenwerf, zijn eigen huis in Brussel, ontwierp Van de Velde niet alleen de woning maar ook de meubels, het servies en het behang, tot en met een bijpassende jurk voor zijn vrouw. 

In het begin sloot zijn stijl nog aan bij de art nouveau, maar geleidelijk aan werd alles strakker en functioneler. De rode draad was in ieder geval dat hij zich verzette tegen alles wat ouderwets aandeed. Van de Velde was een bevlogen apostel van de moderne stijl en hij wou die passie ook doorgeven. Eerst gaf hij les in Duitsland, aan een voorloper van de Bauhaus-school, en vanaf 1925 doceerde hij architectuur aan de Universiteit van Gent. Daar begint het verhaal van de Boekentoren.

Een bibliotheek die naar de wolken reikt

De Gentse universiteit, die nog maar net Nederlandstalig was geworden, wilde een grote nieuwe bibliotheek — één die paste bij haar ambities. Op het moment dat de opdracht er kwam, in 1933, was Van de Velde al 70 jaar en dus eigenlijk fin de carrière. Maar deze opdracht moést en zou hij binnenhalen. Hij had al publieke gebouwen ontworpen in het buitenland, zoals het Kröller-Müllermuseum in Nederland, maar hier bij ons had hij zijn stempel nog niet kunnen drukken. 

De Boekentoren zag hij als zijn magnum opus, het kroonstuk op zijn werk. Iets van formaat, een totaalontwerp waar hij alle aspecten van zijn kunst zou kunnen etaleren. En dat deed hij. De verzamelde schetsen en ontwerpen voor de Boekentoren zijn een archief op zichzelf: hij ontwierp de tafels, de lampen, de raamprofielen, de deurklinken, tot en met de lichtschakelaars. Henry van de Velde had zijn zwanenzang klaar… maar het werd eerder de nagel aan zijn doodskist.

Frederic Hooft in de Boekentoren

De oorlog, de bureaucratie, het onbegrip

De moeilijkheden begonnen al bij de opdrachtgever: de universiteit. Van de Velde wilde de hoogte in met zijn bibliotheek, maar Gent was nog niet klaar voor een vierde toren. Op een bepaald moment vroeg er iemand in de raad van bestuur of het niet wat lager mocht. “Leg die toren anders eens plat?” was zijn voorstel. Zoiets moet een kwelling geweest zijn voor een overtuigde modernist als Van de Velde. Gelukkig kon hij zijn wil doorduwen.

Een strak ontwerp in gewapend beton was op zich niet meer nieuw, maar wel in Gent. In de buurt van de universiteit stond het nog vol textielfabrieken en uitgeleefde beluiken. Die zijn allemaal afgebroken om plaats te maken voor de Boekentoren. Toen de imposante constructie verdieping per verdieping steeg, was dat een echte schok voor de Gentenaars. Zoiets hadden ze nog nooit gezien — en onbekend is onbemind.

De bovenste verdieping was nog niet klaar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. De Duitsers zetten er toen hun luchtafweergeschut bovenop. De bib was in die tijd wel al open, maar het personeel voelde er weinig voor om ineens in een militair doelwit te moeten werken. Dus vlot liep het allemaal niet. Bovendien was er geen geld voor de afwerking, en veel van het voorziene meubilair is er nooit gekomen — ook niet na de oorlog. Ontgoocheld door de idiote “machine der bureaucratie” gaf Van de Velde in 1954 de fakkel door aan zijn leerling Eugène Delatte. Hij wilde er niets meer over horen.

“Het heeft 10 jaar en meer dan 50 miljoen gekost, maar de Boekentoren is vandaag waarschijnlijk mooier dan Van de Velde hem ooit heeft kunnen zien.”
Frederic Hooft - interieurontwerper

De herrijzenis van de Boekentoren

Gelukkig is de Boekentoren grotendeels volgens de plannen afgewerkt, maar de lijdensweg was nog niet voorbij. Het beton begon door waterschade af te brokkelen en in de jaren 1960 kwam er een epoxylaag tegen het volledige gebouw. De lichtgrijze toren was ineens beige. Vanbinnen werd de ruimte ingericht naar de zin van wie er werkte. Een bibliothecaris maakte van een museumruimte zijn persoonlijke bureau, inclusief namaak Perzisch tapijt. Elders hingen bruine gordijnen met roosjesmotief. Meubels en lompe archiefkasten verborgen het originele ontwerp. Iedereen deed maar wat. 

In 2003 kwam architectuurliefhebber André Singer op bezoek. Hij had het archief met de ontwerpen van de Boekentoren in Brussel gekocht en trok bleek weg toen hij de huidige toestand zag. Overal dwarrelde het stof in het licht. Toen hij vroeg of er eigenlijk één stofvrije ruimte was om het archief te stockeren, moest de toenmalige hoofdbibliothecaris, Sylvia Van Peteghem, toegeven dat die er niet was. Samen hebben ze toen alles in de strijd geworpen om de Boekentoren te redden van de ondergang.

En met succes. Het heeft 10 jaar en meer dan 50 miljoen gekost, maar de Boekentoren is vandaag waarschijnlijk mooier dan Van de Velde hem ooit heeft kunnen zien. Onder de vijver van de Stiltetuin (de binnenplaats) kwam een enorme uitbreiding van vier ondergrondse verdiepingen voor nog eens 20 kilometer aan boeken — bovenop de 40 kilometer die er al was — inclusief de waardevolle manuscripten. De hele gevel werd opnieuw aangepakt en het originele lichtgrijs is terug. Het interieur is zo goed mogelijk in ere hersteld.

Letterlijk een toren vol boeken en waardevolle manuscripten

Op het dak van Gent

De restauratie voel je nergens zo goed als op de 21ste verdieping, de enige waar geen boek of tijdschrift te bespeuren valt. Van de Velde had deze ‘belvédère’ bedacht als een publieke ruimte, maar in de praktijk was het lang een soort clubhuis voor professoren. Ze gaven er privéfeesten en speelden er biljart met een sigaartje, helemaal exclusief in hun eigen penthouse. Na een paar decennia was die ruimte bijna onherkenbaar. Er hingen TL-lampen aan een vals plafond, op de eiken vloer kleefde vinyl: niet om aan te zien.

De belvédère is nu weer letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt. Je kan over de hele stad uitkijken: nergens zo een prachtig 360° panorama als hier. Maar het briljante aan Van de Velde is dat hij deze plek niet ontworpen heeft als een typisch uitzichtpunt. De ramen zitten namelijk redelijk hoog. Dus zodra je gaat neerzitten, zie je vooral de lucht door de ramen, en de ruimte zelf. Het ritme van de zuilen, het evenwicht tussen licht en donker hout, de zacht afgeronde hoeken... Dan overvalt je een onwaarschijnlijk gevoel van zuiverheid, waar zelfs een kind stil van wordt. Merci, Henry.

De leeszalen van de bibliotheek zijn publiek toegankelijk. Je hoeft geen lid te zijn om er te gaan lezen of studeren. De belvédère kan je enkel bezoeken met een gids.

De belvédère van de Boekentoren

Fre­de­ric Hooft

Frederic Hooft (° 1979) is interieurontwerper. Na één jaar aan de kunstschool hield hij het voor bekeken, omdat hij geen zin had om te luisteren naar iemand die voor hem bepaalde wat er mooi en lelijk was. Van zijn eigen gevoel heeft hij zijn job gemaakt. Met zijn interieurstudio is hij een overtuigde verkoper én verdediger van de naoorlogse Belgische ontwerpers.