Wat staat er op het Lam Gods?
Eerst de korte versie. Het Lam Gods vat de essentie samen van het christendom. Christus heeft zichzelf opgeofferd als een lam voor de redding van de mensheid. Daarom komt de hele wereld het onschuldige dier in dankbaarheid aanbidden. Het benedenregister is dus een soort defilé van groepen die elk symbool staan voor een deel van de maatschappij: de ridders van Christus, de rechtvaardige rechters, de kluizenaars, de maagden, de kerkvaders… Ze kijken allemaal in de richting van het lam.
Het bovenregister is de verheerlijking van Christus in de hemel, waar hij geflankeerd zit door zijn moeder en de eerste mens die hem als redder herkende, Johannes de Doper. De engelen vormen het hemelse koor. En het verband met de mens zelf, met de toeschouwer, wordt dan weer gelegd door Adam en Eva. Vandaar het andere perspectief: je ziet hen van beneden uit, vanuit het standpunt van de toeschouwer.
De buitenpanelen zijn heel anders qua iconografie. Daarop zie je de aankondiging door de engel Gabriël van de komst van Christus, de annunciatie. Die komst was volgens de traditie al voorspeld door de profeten en sybillen die je ziet in de lunetten bovenaan. Onderaan staan de opdrachtgevers, Joos Vijd en Elisabeth Borluut, naast Johannes de Doper die de patroonheilige was van de Sint-Janskerk (zoals de Sint-Baafskathedraal toen nog heette).
De laatste figuur, Johannes de Evangelist, is een buitenbeentje. Daarvoor moet je weten wanneer het Lam Gods voor het eerst getoond is. Op 6 mei 1432 ging in de Sint-Janskerk de doopviering door van Josse, de zoon van hertog Filips de Goede, die zijn troonopvolger moest worden (maar die twee jaar later zou sterven). Dat was de feestelijke gelegenheid waarvoor het meesterwerk voor het eerst getoond werd. Die zesde mei is de heiligendag van Johannes de Evangelist, vandaar.
Besef ook dat het Lam Gods in de details barst van de symboliek. De lelie van de engel staat voor de zuiverheid van Maria. Het licht in de karaf water staat voor de onbevlekte ontvangenis. In de groep heilige maagden herken je iedereen aan hun vaste attribuut: Dorothea draagt haar bloemenmand, Agnes een klein lammetje, Barbara een gebouw. Sint-Livinus houdt dan weer zijn tong vast in een tang: volgens de legende werd zijn tong uitgerukt. Dat zijn de hints aan de hand waarvan je iedereen kan herkennen.
Ik zeg hints, maar dat wil niet zeggen dat het Lam Gods een puzzel was voor de kijkers van toen. Gewoon al het feit dat Johannes de Doper wijst naar Christus, een ruige baard heeft en een pels draagt van kamelenhaar, maakte voor iedereen meteen duidelijk wie hij was. Dat waren iconografische evidenties, dingen die mensen toen even spontaan herkenden zoals wij vandaag de Gentse hits zoals Het Vliegerken of Mia.
Wie is wie, en wat is wat, dat is één ding. Maar als je wil doorgronden wat het onderlinge verband is, waarom precies die figuren bijeenkomen en geen andere, dan beland je in de eindeloze theologische discussie waar we nog altijd geen definitief antwoord op hebben.
Nog een paar voorbeelden. De pelikaan op het goudbrokaat achter de godsfiguur. Dat is een christologisch motief, omdat de pelikaan volgens de legende haar borst openpikte om haar jongeren met bloed te voeden. Die vogel is dus een analogie met Christus die zijn eigen bloed vergiet. Een Gentenaar die dat in de 15de eeuw zag, verstond dat meteen, dat was elementaire kennis die ook voorkwam in de preken bijvoorbeeld.
Eva houdt geen appel vast, maar een etrog, een citrusvrucht uit het Midden-Oosten met een karakteristieke inkeping of ‘beet’ onderaan. De Vlaamse naam van die vrucht is adamsappel, dus er zit misschien een woordspeling in vervat. Maar een gewone appel is het zeker niet. De vrucht verwijst naar het Oude Testament en dus de Joodse gebruiken. De etrog speelt een ceremoniële rol in het Joodse Loofhuttenfeest. Tot op vandaag kan je in Antwerpen in het Joods kwartier likeur krijgen van die etrogs.
Wie is wie, en wat is wat, dat is één ding. Maar als je wil doorgronden wat het onderlinge verband is, waarom precies die figuren bijeenkomen en geen andere, dan beland je in de eindeloze theologische discussie waar we nog altijd geen definitief antwoord op hebben. Een goed voorbeeld daarvan is de figuur op de troon bovenaan. Is dat nu God of Christus? Daar is al een boekenplank over volgeschreven.
Het is dan ook ingewikkeld. De drie figuren samen kennen we uit de Byzantijnse iconografie waarbij de centrale figuur altijd Christus is. Maria en Johannes zitten altijd rechts en links van hem. In het Grieks noemen ze dat de Deësis. In orthodoxe kerken in Rusland en Griekenland zie je het drietal overal terugkomen. Maar bij ons in het Westen zie je dat motief veel minder. Dus dat doet ons toch weer twijfelen. Bovendien staan er Hebreeuwse woorden voor God in het goudbrokaat achter hem.
Je kan in plaats van horizontaal ook verticaal kijken. En dan zie je misschien de drievuldigheid: God bovenaan, daaronder de Heilige Geest als duif, daaronder Jezus als schaap. Maar van de duif zijn we dan weer niet 100% zeker of die al door Van Eyck geschilderd is. En zo blijft de discussie gaande. Kunsthistoricus Erwin Panofsky zweerde bij God. Peter Schmidt, een van de grote theologen van het Lam Gods, zegt Christus.
En ik? Volgens mijn collega en co-auteur Danny Praet, is het net de bedoeling dat die figuur ambigu blijft, omdat het concept zelf van de godsfiguur onbevattelijk is. Dan zou Van Eyck hem bewust geschilderd hebben als een goddelijk mysterie. Het is een beetje postmodern, misschien, maar ik vind dat wel een aantrekkelijke theorie. En ik vind het interessanter om over na te denken dan de diefstal van de Rechtvaardige Rechters.
Maximiliaan Martens is professor Kunstwetenschappen aan de Universiteit Gent en een wereldautoriteit over Van Eyck. Sinds 2010 is hij intensief betrokken bij de restauratie van het Lam Gods en de expo Van Eyck, een Optische Revolutie. Wat hem prikkelde in zijn studententijd prikkelt hem nog steeds vandaag: hoe kunnen we dankzij technologie en wetenschappelijke studie toch nog nieuw licht werpen op de oude meesters?