Alles rangschikken van goed naar slecht, in lijstjes, met sterren of in een top tien, voor mij hoeft het niet. Kwaliteit kan overal zitten, ook in een pak frieten of een soep van de dag. De drang zit blijkbaar diep om te zoeken naar de ultieme dit of dat, maar ik ben er niet voor.

Neem nu stoverij. Een Belgische klassieker. Maar het is niet omdat het een klassieker is, dat er maar één manier is om die te bereiden. Stoverij kan met rund, het kan met varkenswangetjes, of allebei. De saus kan dik gebonden zijn, maar net zo goed slap. Donker of licht? Dat hangt mee af van het bier dat je gebruikt, maar er is geen wet. Er zijn er zelfs die vinden dat stoverij beter smaakt met kroketten dan frieten.

De beste van Gent… not!

En net zoals er geen beste stoverij bestaat, bestaat er geen beste plek om te gaan eten. Ik kan bijvoorbeeld zeggen: snackbar Martino is het beste restaurant van Gent. Ik weet dat ik daar hartelijk ga ontvangen worden, dat er direct een perfect getapte pint voor mijn neus zal verschijnen, dat ik kan rekenen op mijn vaste cheese-egg — een burger die ik in Brussel of Antwerpen niet kan krijgen — en dat ik buiten ben op een half uur. Tien op tien dus, maar niet voor iedereen en niet voor elk moment.

Waar het van afhangt, is of het verhaal klopt. Statistieken zeggen dat mensen op reis meer belang hechten aan eten en drinken dan aan pakweg musea. Dat verbaast mij helemaal niet, en dat ligt niet gewoon aan wat er op het bord ligt. Een zeteltje of een stoel, het gezelschap, het zonlicht, het gesprek: dat bepaalt het verhaal. En je kan horeca hoe dan ook niet los zien van de rest. Als je naar het MSK gaat, bespreek je de tentoonstelling achteraf met een glas. Gewoon daar. Ga je naar een concert in de Vooruit, dan steek je in die buurt vooraf een frietje.

De perfecte culinaire ervaring: een burger die zwemt in de boter. Of niet.

Wie draagt wat jij draagt, weet wat jij eet

Allemaal goed en wel, maar wat als je nieuw bent in Gent en de toeristenvallen wil vermijden? Het goeie nieuws is: Gent heeft er bijna geen. Let misschien op van de plekken waar een bordje buiten staat “authentieke Gentse waterzooi” met veel uitroeptekens en een foto erbij. Maar zelfs op toeristische hotspots zoals het Sint-Baafsplein, Oudburg of de Vrijdagmarkt vind je kwaliteit. Tussen de Turkse restaurants van de Sleepstraat zitten prima adressen, als dat verhaal voor jou klopt.

Ik geloof niet in de ‘best of’ lijstjes, maar wel in de Gentenaars. Stel dat je een klerenwinkel passeert die helemaal jouw stijl is, waarom zou je dan niet aan het personeel vragen waar zij graag eten? Cafés en koffiehuizen werken misschien nog beter. Als je daar binnenstapt, heb je binnen de vijf seconden door of die plek iets voor jou is. Waarom zou je daar niet op vertrouwen? Wacht, ik probeer het eens met een voorbeeld.

Zeg mij waar je koffie drinkt, en ik zeg jou waar je eet.
Dus als je geen vrienden hebt in onze stad en te verlegen bent om het op straat te vragen, probeer het dan gewoon in al die zaken waar je wél sowieso binnenstapt. Boetieks, cafés, markten, musea, restaurants: allemaal samen vormen zij de echte motor van Gent.
Olly Ceulenaere

De motor van de stad

Stel dat je de Mokabon passeert. Dat is een Gentse koffiezaak met donker houten interieur, kleine gedeelde tafeltjes, alle leeftijden door mekaar. Jij bent aangetrokken door de rode neonletters, stapt binnen en voelt je daar meteen thuis. Zoja, vraag daar eens aan je buurman naar een tip voor vanavond. De kans is groot dat die zijn vaste stek heeft voor mossels met frieten. Of jij bent eerder iemand die spontaan een koffie gaat drinken in een plek als de Way: strak interieur, laptops op tafel, jonger volk. Zij zullen waarschijnlijk wel tips hebben voor vegan adressen (en daar zijn er veel van in Gent).

Dus als je geen vrienden hebt in onze stad en te verlegen bent om het op straat te vragen, probeer het dan gewoon in al die zaken waar je wél sowieso binnenstapt. Boetieks, cafés, markten, musea, restaurants: allemaal samen vormen zij de echte motor van Gent. Niet de gebouwen, daar ben ik echt van overtuigd. Het zijn de mensen die daar werken en hun vaste klanten. Zij hebben het enige lijstje dat jij zoekt.

Tips schrijf je gewoon op een bierviltje, of in de blanco reisgids van VisitGent.

Olly Ceu­le­nae­re

Olly Ceulenaere was de laatste van de klas voor koken in de hotelschool. Maar de lokroep van de keuken was er, en hij leerde het vak in toprestaurants, the hard way. Hoe meer ervaring hij opdeed, hoe meer hij begreep dat het niet gaat om wat je kan doen met een truffel. Wel om de ervaring die je gunt aan de gasten. Vandaag doet hij dat met de perfecte nonchalance bij Publiek in Gent. Om een ster had hij niet gevraagd, maar hij kreeg ze wel.