In de hele Europese kunstgeschiedenis is er geen enkel schilderij dat zo veel heeft meegemaakt als het Lam Gods. Van beschadiging en bijna-vernietiging tot diefstal en smokkelwaar: het altaarstuk heeft het allemaal doorstaan. Een woelige geschiedenis vol omzwervingen die leest als een thriller!

1566: nipt ontsnapt aan de Beeldenstorm

De eerste eeuw na zijn onthulling in 1432 kende het Lam Gods een relatief rustig bestaan. De Beeldenstorm in 1566 bracht daar echter bruuske verandering in: vanaf dan begon het altaarstuk aan een stormachtige geschiedenis, die pas in 2020 een einde kent.

Halverwege de 16de eeuw was de officiële religie in Gent veranderd van het katholicisme naar het calvinisme. De calvinisten waren sterk gekant tegen het vereren van heiligenbeelden en zagen het Lam Gods als het toonbeeld bij uitstek voor de katholieke verdorvenheid. Tijdens de verwoestende Beeldenstorm van 1566, waarbij talloze kerkinterieurs vernield werden, had een woedende massa het dan ook sterk op het altaarstuk in de Sint-Baafskathedraal gemunt. Maar toen de menigte erin geslaagd was om de poort van de kathedraal in te rammen, konden ze enkel vaststellen dat het Lam Gods verdwenen was… De katholieke bewakers hadden het altaarstuk paneel per paneel in de klokkentoren getakeld om het daar te verbergen. Een gevaarlijke, maar effectieve reddingsactie van een onvervangbaar stuk werelderfgoed!

1566-1584: achter slot en grendel in het stadhuis

Het Lam Gods ontkwam tijdens de Beeldenstorm van 1566 ternauwernood aan de vernietiging. De katholieken wilden geen risico nemen en wachten totdat de calvinisten zouden ontdekken waar het veelluik zich bevond. Daarom besloten ze het werk te verhuizen naar het versterkte stadhuis. Daar bleef het achter slot en grendel tot in 1584 het katholicisme opnieuw werd ingevoerd in Gent. Het Lam Gods werd naar zijn oorspronkelijke plaats gebracht in de Vijdkapel van de Sint-Baafskathedraal waar het nog decennialang ongestoord zou blijven hangen. Tot in 1781...

1781: preutse Jozef II vs. naakte Adam en Eva

In 1781 verscheen de keizer van het Heilige Roomse Rijk Jozef II ten tonele in Gent. Hij was naar de stad gereisd om onder andere het wereldberoemde Lam Gods te bezichtigen. Toen hij het altaarstuk te zien kreeg, was hij echter gechoqueerd door de naakte beeltenissen van Adam en Eva. In zijn ogen was de naaktheid overbodig en zelfs pornografisch. Om zich geen conflict met de keizer op de hals te halen, liet de toenmalige burgemeester van Gent de panelen van Adam en Eva weghalen en opslaan in de kathedrale archieven.

1794: met paard en kar naar Parijs

Tijdens de Franse revolutie werden alle religieuze instituten afgeschaft en hun bezittingen in beslag genomen. Franse troepen namen het centrale paneel met de aanbidding van het Lam Gods met paard en kar mee naar Parijs waar het onmiddellijk één van de topstukken in het Louvre (toen Musée Napoléon) werd. De zijluiken bleven opgeborgen in het kapittelhuis van de kathedraal waar ook de originele Adam en Eva opgeslagen lagen. Na de Slag bij Waterloo in 1815 gaf Koning Lodewijk XVIII het middenpaneel terug. Het Gentse altaarstuk was eindelijk weer waar het hoorde. Zij het maar voor een paar maanden...

Begin 19de eeuw: roekeloos doormidden gezaagd

Nog geen jaar nadat het middenpaneel van het Lam Gods terugkeerde naar de Sint-Baafskathedraal werd het altaarstuk opnieuw uit elkaar gehaald. Met uitzondering van Adam en Eva werden op 19 december 1816 de zijluiken verkocht aan kunsthandelaar L. J. Nieuwenhuys voor 3000 gulden. Via de Engelse collectioneur Solly kwamen ze in 1821 uiteindelijk in het bezit van de koning van Pruisen. Die stond ze op zijn beurt af aan het Kaiser-Friedrichmuseum in Berlijn waar de zes houten zijpanelen van het Lam Gods verticaal doorgezaagd werden. Een drastische en gevaarlijke ingreep om de beide zijden van de panelen tegelijk te kunnen tentoonstellen. 

1822: brand in de kathedraal

Ondertussen had het in Gent geen haar gescheeld of de Sint-Baafskathedraal was ook de achtergebleven panelen kwijtgeraakt. In 1822 brak er een brand uit in de kathedraal. In de haast om de panelen in veiligheid te brengen, brak het centrale paneel van het onderregister in de breedte.

1861: Adam en Eva in dierenhuid

In 1861 overtuigde de Belgische staat het kerkbestuur van de Sint-Baafskathedraal om de originele panelen met de naakte Adam en Eva aan hen te verkopen. De regering betaalde er 50 000 frank voor en stelde ze tentoon in het nationale museum van Brussel. Als onderdeel van de deal schonk de Belgische overheid kopieën van de vleugelpanelen die in 1559 door Michiel Coxcie waren gemaakt. Daarmee konden de panelen die ondertussen in Berlijn hingen, vervangen worden. Het laatste onderdeel van de overeenkomst hield in dat de regering kunstenaar Victor Lagye zou betalen om kopieën van Adam en Eva te schilderen. Weliswaar mét dierenhuiden om hun naaktheid te verbergen. De naakte versies waren tachtig jaar eerder al afgekeurd door keizer Jozef II en pasten ook niet bij de Victoriaanse preutsheid die toen heerste.

1914-1918: ingemetseld in een huis tijdens de Eerste Wereldoorlog

Toen Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog België binnenviel, vreesde de overheid dat de panelen van het Lam Gods in beslag genomen zouden worden. Kanunnik Gabriël Van den Gheyn van de Sint-Baafskathedraal gaf zich op om het altaarstuk te beschermen. Hij kon echter op weinig steun rekenen, omdat velen bang waren voor vergeldingsacties van de Duitsers als ze zouden ontdekken dat het Lam Gods verdwenen was. Bovendien was er geen tijd meer om het schilderij naar het buitenland te brengen. Daarop bedacht de kanunnik een list. Van den Gheyn werkte samen met twee Belgische ministers die een valse brief opstelden waarin stond dat het Lam Gods naar Engeland moest gebracht worden, zodat het tijdens de oorlog veilig zou zijn. Als de Duitsers het veelluik zouden komen halen, zouden ze die brief kunnen voorleggen. In werkelijkheid regelde Van den Gheyn een geheim transport van het werk in houten kisten naar twee Gentse woonhuizen, waar de panelen in muren ingemetseld en onder vloerplaten verborgen werden. Hun plannetje lukte en na de oorlog werd in het Verdrag van Versailles bepaald dat Duitsland als oorlogsschuld de panelen die in het museum in Berlijn hingen, terug moesten geven. Voor het eerst in meer dan een eeuw was het altaarstuk opnieuw compleet!

1934: de stoutmoedige diefte

Op de ochtend van 11 april 1934 werd Gent wakker met een stevige kater. Twee panelen van het Lam Gods, De Rechtvaardige Rechters en Johannes De Doper, waren gestolen uit de Sint-Baafskathedraal! Op de lege lijsten van het altaarstuk hing een briefje met de Franse tekst “Van Duitsland afgenomen door het Verdrag van Versailles”. In de dagen en weken die volgden ontving de bisschop van Gent verschillende afpersingsbrieven waarin de afzender, die zichzelf D.U.A. noemde, één miljoen Belgische frank losgeld eiste. Om te bewijzen dat de dader wel degelijk de panelen bezat, leidde hij de politie naar een pakket in het bagagedepot van het Brusselse Noordstation, waarin Johannes De Doper teruggevonden werd. De rest van de onderhandelingen liepen echter spaak en het paneel van de Rechtvaardige Rechters werd nooit teruggevonden.

De stoutmoedige diefstal groeide uit tot één van de meest tot de verbeelding sprekende kunstroven van de 20ste eeuw.

1940 – 1944: bijna opgeblazen met dynamiet in een Oostenrijkse zoutmijn

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vatte Hitler het idee op om van zijn jeugdstad Linz een ‘Kulturhauptstadt’ te maken en er een Supermuseum te stichten met alle grootste kunstwerken ter wereld. Uiteraard had hij ook zijn zinnen op het Lam Gods gezet. De nazi’s verzamelden de kunstwerken die ze geroofd hadden uit de bezette gebieden in de zoutmijn van het Oostenrijkse Altaussee in afwachting van de bouw van het museum. Bij het naderen van de geallieerden in 1944 verstopten ze er grote hoeveelheden dynamiet. In datzelfde jaar werd het bevel gegeven om de hele boel op te blazen. Wat één van de grootste rampen voor de kunstgeschiedenis had kunnen zijn, werd maar net op het nippertje verhinderd door de inwoners van Altaussee.

1945: een stormachtige vlucht terug naar huis

Eind goed, al goed zou je denken maar de terugreis van het altaarstuk liep absoluut niet van een leien dakje... Op 21 augustus 1945 werd het Lam Gods met een gehuurd vrachtvliegtuig terug naar België gebracht. Tijdens de vlucht brak er echter een zware storm uit, waardoor het ernaar uitzag dat het vliegtuig niet heelhuids in Brussel zou kunnen landen. Uiteindelijk kon de piloot het vliegtuig veilig aan de grond zetten op een klein militair vliegveld, waarna het Lam Gods na een kort verblijf in het Koninklijk Museum in Brussel in november 1945 eindelijk terug thuiskwam in de Sint-Baafskathedraal.

1950: een voorzichtige conservatie- en restauratiebehandeling

Na enkele jaren rust werd het Lam Gods op 23 oktober 1950 gedemonteerd en overgebracht naar het Centraal Laboratorium der Belgische Musea om onder leiding van Albert Philippot een conservatie- en restauratiebehandeling te ondergaan. De campagne was zeer innovatief voor zijn tijd: de restauratie werd zo minimalistisch mogelijk gehouden om de historische authenticiteit en de esthetiek van het werk te respecteren. Bovendien zorgde de samenwerking tussen restaurateurs, natuurwetenschappers en kunsthistorici voor een belangrijke invloed op de latere ontwikkeling van het vak.

1986: afscheid van de Vijdkapel

In 1986 nam het Lam Gods afscheid van de Vijdkapel, waarvoor het altaarstuk oorspronkelijk gecreëerd was. Om veiligheids- en conservatieredenen verhuisde het toen naar een geacclimatiseerde en zwaarbeveiligde kooi in de Villakapel.

2012: start van de ultieme restauratie van het meesterwerk

In 2012 startte het KIK, het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, met een ambitieuze restauratiecampagne van het Lam Gods. Het werk zou in drie fasen gerestaureerd worden in het atelier van het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Twee van deze fasen werden aan de start van OMG! Van Eyck was here in 2020 afgerond.