Ontdek het Gentse erfgoed van op het water. Vanuit een elektrische sloep kan je de vele locaties bewonderen en de sfeer van de historische binnenstad opsnuiven.
Gent is een waterstad die ontstond aan de samenvloeiing van de Leie en de Schelde. De vele waterwegen zorgen vandaag nog altijd voor die typische sprankelende sfeer en bezorgen je een instant vakantiegevoel.
Er werden talloze inspanningen gedaan om het water weer helder en boordevol leven te maken. Met resultaat : de oevers van de Leie en de Schelde worden weer ingepalmd door kleurrijke parasols en vrolijk klaterende stemmen. Watertoeristen vinden de perfecte ankerplaats in één van onze jachthavens en brengen nieuwe bezoekers naar de stad.

Deze boottocht kwam tot stand met de steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. (Interreg ‘France-Wallonie-Vlaanderen’ Golden Leie-Lys)

Interreg logo

De St.-Agnethebrug

De groene St.-Agnethebrug, een wipbrug genoemd naar het klooster aan de Lindelei waarvan reeds sprake in 1462 (afgebroken in 1826 voor de Nijverheidsschool), is ook gekend als de Entrepotbrug refererend naar het stapelhuis hier in de buurt.

De St.-Agnetesluiskom werd gebouwd bij aansluiting van de Coupure aan de Leie midden 18de eeuw. De sluisdeuren, waarvan de gleuven van de muurbevestiging nog in het metselwerk zichtbaar zijn, beheersten de waterregeling van de binnenstad.

Begin 19de eeuw kon de waterstand van het kanaal niet meer hoger gebracht worden dan in de kom van Gent waardoor de deuren van de sluis open bleven staan. Tot grote tevredenheid van de schippers. Die sluisdeuren verdwenen in 1823.

Je vertrekt aan de steiger aan de Coupure Links 9a en vaart onmiddellijk onder de groene Sint-Agnetebrug. Onmiddellijk daarna sla je rechsaf, opnieuw een brug onderdoor. Iets verder passeer je  aan je rechterzijde De Bijloke.

De Bijloke

De naam is afkomstig van de Bijlokemeersen, de weilanden die door gravin Johanna van Constantinopel in de 13de eeuw geschonken werden voor de oprichting van een hospitaal. Hier werd het Bijlokehospitaal gesticht. Later werd ook de Bijlokeabdij opgetrokken.

Uiteindelijk bestond het complex uit een hospitaal, abdij en nutsgebouwen uit drie perioden: de middeleeuwen, de 17e eeuw en de 19e eeuw. Tegenwoordig bevindt zich hier de Bijlokesite, een cultureel centrum met onder meer het Stadsmuseum Gent (STAM), het Muziekcentrum De Bijloke Gent, de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en het Hogeschool Gent Conservatorium.

Vaar eerst onder de Godshuizenlaan door, verderop volgt de Koning Albertbrug waar je aan de rechterkant Residentie Belvédères ziet.

De Bijloke

Residentie Belvédère

Residentie Belvédère,met haar Y-vormige grondplan, de luifel boven de ingang en de fors overkragende kroonlijst, zorgt voor een speelse Expo 58-noot tussen de andere eerder strak vormgegeven flatgebouwen rondom de Watersportbaan. Het jongste en meest westelijk gelegen appartementsgebouw, heeft een fikse opknapbeurt gekregen. In opdracht van ABC Maatschappij voor Sociale Woningbouw zette Architectenbureau Van Derbeken zijn schouders onder het renovatieproject.

Om een extra toets aan het gebouw te geven wordt de technische ruimte op de 19de verdieping verlicht met groen licht, wat van het gebouw ook ’s avonds een herkenbaar baken maakt.

Vaar nog een stukje op de Henleykaai, waar het Miljoenenkwartier zich situeert.

Het Miljoenenkwartier

De stad Gent kende in de 19de eeuw als gevolg van een sterke industrialisatie een enorme bevolkingsgroei. De steeds voller wordende stad zocht haar expansie naar de haven in de noordelijke stadsrand terwijl de gegoede burgerij naar het zuiden van de stad trok en in landelijk gebied eerder residentiële, elitaire wijken bouwde. Het miljoenenkwartier werd tijdens het interbellum gebouwd op de gronden van de Wereldtentoonstelling van 1913.

Het eerdere plan om er ook een kazerne te bouwen, dat wegens WO I in de ontwerpfase bleef steken, wordt herinnerd in de huidige straatnamen door hun militair of patriottisch karakter : Krijgslaan, Onafhankelijkheidslaan, Vaderlandstraat, Congreslaan, Woeringenstraat, Jemappesstraat en Fleurrusstraat.

Keer om en vaar terug richting binnenstad. Eens teruggekeerd, laat je je vertrekpunt dit keer links liggen en vaart verder rechtdoor tot je vlak voor de het Oud Justitiepaleis.

Het Oud Justitiepaleis

Nadat een recolettenklooster op deze grond werd afgebroken eind 18de eeuw en de vrijgekomen plaats enkele decennia werd gebruikt om tweemaal per week een koophandelsmarkt  te houden, werd het gerechtsgebouw werd van 1836 tot 1846, naar ontwerp van stadsarchitect Louis Roelandt (1786-1864) in neoclassicistische stijl met Florentijnse renaissance-elementen.

De kelder en het gelijkvloers waren voorzien voor de koophandelaars met onder andere magazijnen en een beurs. De hogere verdiepingen waren bestemd voor de juridische diensten. Daar deze diensten na verloop van tijd over te weinig ruimte beschikten, werd De handelsbeurs in 1900 overgebracht naar de Kouter.

In 1926 had een enorme brand plaats die het volledige interieur in de as legde. Enkel de buitenmuren bleven overeind staan. In 1930 werd het gerechtshof heropgebouwd onder leiding van architect M. De Vaere. De binneninrichting werd volledig vernieuwd. Het aantal bruikbare zalen en lokalen werd van 58 op 100 gebracht.

Nadat in  2007 de meeste diensten naar het nieuwe gerechtsgebouw in de wijk Rabot verhuisen, huist enkel nog het Hof van Beroep in dit gebouw.

Sla rechts af op de Ketelvaart. Aan je linkerzijde zie je onmiddellijk de achterzijde van de Opera en de Handelsbeurs.

Het Oud Justitiepaleis

De Opera en de Handelsbeurs

De Opera, oorspronkelijk het "Grand Théätre", werd voor operavoorstellingen tussen 1837-1840 in neoclassicistische stijl opgetrokken door de toenmalige Gentse stadsarchitect Louis Roelandt op de plek van de afgebroken Sint-Sebastiaanschouwburg, de schouwburg van de handboogschuttersgilde in de 18de eeuw. Later werd dit de Koninklijke Opera van Gent. In zijn ruim 175-jarig bestaan is het "Grand Théâtre" af en toe wat gewijzigd, opnieuw gedecoreerd en enkele keren verbouwd, maar desalniettemin is het een vrij gaaf gebleven voorbeeld van een typisch "Frans" theater uit de eerste helft van de 19e eeuw.

De Handelsbeurs is tegenwoordig een moderne middelgrote concertzaal, gevestigd in het monumentale Handelsbeursgebouw op de Kouter. Na jarenlange leegstand werd ze in 2002 hiertoe grondig gerestaureerd. In 1899 kocht de stad Gent de feestzaal L'Union aan, gelegen naast het Corps de Garde (1739), dat reeds stadsbezit was. Architect Charles van Rysselberghe kreeg opdracht beide gebouwen samen te voegen tot één pand, waarin de Gentse Handelsbeurs zou worden gevestigd. In 1906 wordt het pand opnieuw verbouwd. Wederom onder de hoede van Charles van Rysselberghe wordt er in dat jaar ook in het Corps de Garde een zaal gerealiseerd: een beurszaal met schilderwerk van Armand Heins. De vroeger feestzaal L'Union doet dienst als foyer voor de huidige concertzaal, terwijl de beurszaal in het vroegere Corps de Garde nu is ingericht als moderne concertzaal met flexibele opstelling.

Nadat je op het eind onder de Walpoortburg vaart, vind je de indrukwekkende De Krook aan je rechterzijde.

De Krook

De buurt heeft een lange geschiedenis en was door haar ligging een aantrekkelijke havenplaats. Ze kreeg haar naam De Waalse Krook in 1943. De ‘krook’, een oud woord voor kreuk of vouw, verwijst naar de bocht die de Schelde daar maakt en de plek waar in de 18de en 19de eeuw schepen steenkool uit Wallonië losten.

In mei 2013 werd door de projectontwikkelaars aangekondigd dat de site niet langer 'Waalse Krook' zou heten, maar kortweg 'De Krook'. Ook meteen de naam van de nieuwe stadsbibliotheek die er zijn deuren opende in 2017.

Hier volg je mee naar rechts. Achter het volgende brugje verschijnt Kunstencentrum De Vooruit .

De Krook

Kunstcentrum De Vooruit

De bouw werd aangevat in 1911 naar ontwerp van Ferdinand Dierkens, opende in 1913 als oorspronkelijk het feest- en kunstencentrum van de Gentse socialistische arbeidersbeweging, met een feestzaal (balzaal), cinema, theatergroep, enzovoort. In de ‘kunstentempel Vooruit’ konden arbeiders tegen erg democratische prijzen eten, drinken en van cultuur genieten. Vooruit als socialistisch feest- en kunstencentrum kaderde in de verzuilde Vlaamse maatschappij van voor de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog verloederde het gebouw tot in 1982 de aanzet werd gegeven naar zijn huidige vorm als kunstencentrum en werd in 1983 erkend als monument. In 2000 kreeg het de Vlaamse monumentenprijs na grondige restauratiewerken.

Vaar rustig verder en ontdek de mooie Sint-Pietersabdij aan de rechterkant.

De Sint-Pietersabdij

De Sint-Pietersabdij is een voormalige benedictijnenabdij en ligt op de 28 m hoge Blandijnberg (het hoogste punt van de stad), langs de oude loop van de Schelde, ook Muinkschelde (Monnikenschelde) genoemd. De abdij werd oorspronkelijk Blandinium genoemd naar de Gallo-Romein die in de 7de eeuw in bezit zou zijn geweest van dit terrein. De abdij was door haar rijkdom meermaals een aantrekkingspool voor belegeraars. Zo werd ze in de winter van 879-880 geplunderd door de Vikingen en kreeg ze in de 16de eeuw zwaar te verduren tijdens de beeldenstorm.

Eind 18de eeuw werden de laatste monniken verdreven. De gebouwen werden ingericht als kazerne. Later, tot 1948 deden ze dienst als gevangenis. Nu dienen ze als tentoonstellingsruimtes, De Wereld van Kina en krijgen bezoekers de mogelijkheid om met Alison, een virtuele monnik, de abdij te bezoeken.

Op de helling naar de Schelde toe verbouwden de paters witte wijndruiven. Napoleon Bonaparte beëindigde die traditie. Sinds 2008 groeien er opnieuw wijnranken op de zuidelijke helling.

Iets verder dan de Kinepolis maak je aan het torentje "de Peperbus", en vlak voor de brug Kantienberg, omkeer en keer je terug naar De Krook. In de bocht aan de Krook kijk je aan je rechterkant uit naar de ingang van de tunnel die je onder het F. Laurentplein loodst.

De Sint-Pietersabdij

F. Laurentplein

Het F. Laurentplein werd in 1884 aangelegd, toen men dit deel van de Nederschelde overwelfde om de vervuiling en geurhinder in de stad te beperken. Bootjes kunnen onder de brug door maar stuitten even verder op de Wijdenaardbrug. Het gedeelte tussen deze brug en de Nieuwbrug was rond 1960 gedempt, maar is in 2018 weer opengelegd.

Waar je aan de Scaldissluis niet verder kan, keer je opnieuw om. Je vaart opnieuw aan De Reep.

De Reep

De Nederschelde of ook de Reep genoemd, is het gedeelte van de Schelde in de Gentse binnenstad. Het stuk rivier vanaf de bron tot in Gent is de Bovenschelde.

Door de aanleg van de Ringvaart rond Gent verdween de scheepvaart uit Gent en werd dit deel van de Nederschelde gedempt om parkeerruimte vrij te maken en geurhinder te vermijden. Hierdoor werd de samenvloeiing van Leie en Schelde, die oorspronkelijk hier plaatsvond, naar de Ringvaart verlegd.

Aan het einde van de 20e eeuw vond men het dichtgooien van dergelijke waterwegen een fout. Geurhinder was niet langer relevant en men wou de natuurlijke samenvloeiing van Leie en Schelde in ere herstellen. Men is daarom in 2002 begonnen met het heropenen van de waterweg aan de Reep, het bouwen van 3 bruggen en de Scaldissluis aan de Oude Beestenmarkt en de heraanleg van de Portus Ganda-omgeving .

Op 24 september 2018 werd het laatste beetje grond in de Reep tussen de Schelde en de Leie weggegraven, waarmee de samenvloeiing van beide rivieren opnieuw een feit was.

Terug aan het Oud Justitiepaleis prijken voor en achter je hoog aan de gebouwen de beelden ‘Schelde’ en ‘Leie’.

De beelden 'Schelde' en 'Leie'

Philippe Timmermans maakte eind vorige eeuw  één van de bekendste beelden van Gent: de levensgrote duiker op de Lindenlei. Toen 10 jaar later (door enthousiaste overburen)  de tegenhangster van de ‘Duiker’ ook een vrouwelijk beeld ‘Diving Lady’ van de Londense kunstenaar Ronald Cameron op het huis van architecte Stoop werd geplaatst, ontstond de volkslegende rond samenvloeiing van ‘Schelde’ en ‘Leie’.

Vandaag krijgen alle toeristen die genieten van een boottochtje door Gent dit verhaal te horen.

Vaar naar rechts en vervolg je je tocht . Onmiddellijk voorbij de Predikherenbrug, glijdt aan je linkerzijde Het Pand.

Het Pand

Het Pand is een voormalig dominicanenklooster. Sinds 1963 is Het Pand in bezit van de Universiteit Gent, die in het gebouw een cultureel centrum en enkele wetenschappelijke musea heeft onderbracht. Het gehele gebouw is erkend als monument.

Het gebouw stamt uit de dertiende eeuw en werd oorspronkelijk als hospitaal gebouwd maar omdat het te klein werd spoedig aan de jonge orde van de paters dominicanen geschonken. Er werden twee kerken aangebouwd waarvan nu nog de Sint-Michielskerk bewaard is.

Het Pand kende doorheen de geschiedenis verschillende vernielingen en plunderingen tot de laatste Dominicanen met de Franse Revolutie hun pand verlieten. Het gebouw werd nadien privé-eigendom en mismeesterd om commerciële doeleinden. Hoewel het pand steeds meer kwam te vervallen werd het toch geklasseerd en onbewoonbaar verklaard.

In 25 januari 1963 werd Het Pand verkocht aan de Gentse Universiteit, die het gebouw tussen 1971 en 1991 liet restaureren en gebruikt als congres- en cultuurcentrum. Inclusief een klasse-restaurant en loungebar ‘Club Het Pand’.

Vaar verder. Nadat je de Sint-Michielsbrug onderdoor gaat, zie je de prachtige Gildenhuizen aan de rechter- en linkerkant op de Gras- en Korenlei.

Het Pand

Gildenhuizen

Een gildehuis was het gebouw waar het bestuur van een gilde gehuisvest was en waar de leden hun bijeenkomsten hielden. Er werden vergaderingen en gezamenlijke maaltijden gehouden, waarbij de leden uit de gildebeker dronken.

Vooral grotere gilden hadden een gildehuis. De oudste stammen uit de middeleeuwen. De grootste of rijkste gilden van de grotere steden lieten voorname panden bouwen op vooraanstaande plaatsen in de stad, die vandaag tot de belangrijkste monumenten van de stad gerekend worden.

Op het eind hiervan vaar je de Grasbrug onderdoor en houdt rechtdoor aan. Links, vlak voor de Oude Vismijn komt de Lieve de Leie vervoegen. Rechtover de Oude Vismijn vind je het Groot Vleeshuis.

Het Groot Vleeshuis

Het Groot Vleeshuis in Gent is een voormalige overdekte markt en gildehuis. De verkoop van vlees werd in de middeleeuwen in vleeshallen of vleeshuizen gecentraliseerd om dit te kunnen controleren. De thuisverkoop van vlees was immers verboden. Elke middeleeuwse stad had een of meer vleeshuizen. Het centraal gelegen Groot Vleeshuis wordt reeds vermeld in geschriften van 1251.

Het oudste vleeshuis was niet te vergelijken met het huidige gebouw. Het was een houten huis dat heel wat kleiner was en niet tot aan de Vleeshuisbrug reikte.  Doorheen de jaren werd er verbouwd en bijgebouwd.

Het Groot Vleeshuis kreeg diverse nieuwe bestemmingen waaronder een markt voor fruit en groenten, Post en Telegraafkantoor, parkeergarage en gedeeltelijke vishandel. Het gebouw wordt nu gebruikt als promotiecentrum voor Oost-Vlaamse streekproducten.

Achter de Oude Vismijn ligt het Gravensteen en ook aan de linkerkant het Patershol.

Het Groot Vleeshuis

Het Gravensteen en het Patershol

Het Gravensteen is als enig overgebleven middeleeuwse burcht in Vlaanderen een bijzondere bezienswaardigheid. Het poortgebouw, de walmuur, de donjon, de grafelijke residentie en de paardenstallen zijn toegankelijk voor bezoekers.

Voor de bouw van een versterking kozen de graven van Vlaanderen voor een hoge zandduin met moerassige oevers te midden van de Leie-armen.

Graaf Boudewijn I (837-879) zou de eerste versterking hebben laten oprichten als verdediging tegen de invallen van de Noormannen. Het kasteel werd door de eeuwen heen meermaals drastisch versterkt en verbouwd.

In de late 19e eeuw werd het Gravensteen geherwaardeerd. Het rijk en de stad kochten het complex in diverse etappes uit particulier bezit terug. Zo kwamen de imposante resten van het middeleeuwse kasteel tevoorschijn, en startte in 1894 een eerste grote restauratie. Tot op de dag van vandaag wordt het kasteel gerestaureerd. Sinds juni 2016 staat het kasteel opnieuw voor twee derden in het water.

Het Patershol, oftewel deze gezellige wijk, huisvest tegenwoordig veel kleine cafés en restaurantjes.

Op het eind van de 13de eeuw hadden er zich paters gevestigd. Tegen het eind van de 15de eeuw kwamen zich er vooral advocaten en magistraten vestigen omdat de Raad van Vlaanderen in het nabijgelegen Gravensteen werd ondergebracht. Middenstanders en ambachtslieden, kwamen hen vervoegen. Nadat het eerst een gegoede buurt was, werd het tijdens de industrialisatie aan het begin van de 19de eeuw een buurt waar veel arbeiders kwamen wonen. Veel van de grote gebouwen werden afgebroken of opgedeeld in kleinere arbeiderswoonsten.

Toen de industrie en z'n werknemers zich op het eind van de 19de eeuw naar de buitenwijken verplaatsten, werd het Patershol met z'n nauw stratenpatroon geleidelijk een achtergestelde buurt of getto. Niettemin vonden vanaf het einde van de 19de eeuw verschillende generaties artistieke zielen er hun thuis. Begin jaren 1980 zorgen privé-investeerders en het stadsbestuur voor restauratie, renovatie en toeristische opwaardering.

Je passeert aan de linkerkant ook het Huis van Alijn en net iets verder, vlak voor het volgende brugje, staat aan de rechterkant het kanon de Dulle Griet. Daarachter bevindt zich ook de Vrijdagmarkt.

Het Huis van Alijn, de Dulle Griet en de Vrijdagmarkt

De oorsprong van het Huis van Alijn ligt in 1926. Toen werd de Koninklijke Bond der Oost-Vlaamse Volkskundigen opgericht. De vereniging had als doel de studie van het volksleven te bevorderen. Ze realiseerde dit onder meer door de uitgave van het volkskundig tijdschrift Oost-Vlaamse Zanten, vanaf 1927, en de oprichting van een volkskundige bibliotheek. De collectie van de vereniging, aanvankelijk ondergebracht in de bibliotheek, groeide in de volgende jaren zo sterk aan, dat een nieuwe thuishaven zich opdrong. In 1932 zag het Folkloremuseum dan het licht. Tien jaar na de oprichting vond het stangpoppentheater Het Spelleke van Folklore, het voormalige Spelleke van de Muide, onderdak in het museum en het is er gebleven tot op vandaag. Het Folkloremuseum verhuisde in 1962 van de Lange Steenstraat naar het Kinderen Alijnhospitaal op de Kraanlei en werd omgedoopt tot Museum voor Volkskunde. In 2000 onderging het museum zijn grondigste gedaanteverwisseling tot op heden; het Museum voor Volkskunde werd het Huis van Alijn. De naamsverandering luidde een nieuw beleid en een herziene oriëntering in. "Het Huis van Alijn wil een huis zijn met een open deur op de wereld, waarbij op een creatieve en kwaliteitsbehoudende manier met erfgoed wordt omgegaan en waarbij de relatie met de buurt, met de stad wordt hersteld."[4] Het Huis van Alijn was niet het enige volkskundige museum dat het roer heeft omgegooid. Ook musea in Rotterdam en Leiden opteerden voor een koerswijziging en ondergingen die in dezelfde periode.

‘Dulle Griet’ is een monumentaal, ijzeren kanon uit 1431.  Vanwege de oorspronkelijke rode kleur werd het kanon van oudsher ook ‘Groten Rooden Duyvele’ genoemd. Ze werd in 1578 samen met ander wapentuig van Oudenaarde naar Gent gebracht om te worden gebruikt in de strijd tegen de Spanjaarden. Of het kanon werd gestolen of gekregen is onduidelijk.

De Vrijdagmarkt is een van de oudste pleinen in de stad. Het plein is ongeveer één hectare groot en speelde een grote rol in de geschiedenis van de stad. De Gentenaars organiseerden hier de blijde inkomsten van de graven van Vlaanderen. Het was hun forum en ze hielden er steekspelen. Het plein was ook het toneel van terechtstellingen en afrekeningen. De wekelijkse markt op vrijdagmorgen wordt sinds 1199 gehouden. Hier speelde zich het grootste deel van het openbare leven af, zowel op politiek als sociaal vlak.

Je vaart nog een stukje verder en passeert de oude fabriekspanden, nu Ghent River Hotel en maakt een laatste ommekeer waar je aan een sluis van Portus Ganda niet verder kan. Opnieuw vaar je doorheen de oudste stadskern en kan je ter hoogte van de Sint-Michielsbrug en het oude Postgebouw  nog een laatste blik naar links werpen op de verbluffende Torenrij.

Museumcafé Alijn

De Sint-Michielsbrug, het oude Postgebouw en de Torenrij

De monumentale Sint-Michielsbrug werd in de periode 1905-1909 gebouwd, na de oprichting van het postgebouw. Zowel de Sint-Michielsbrug als het Postgebouw zijn creaties van architect Louis Cloquet. Voorheen lag er een platte draaibrug. Vanop de brug heeft men in noordelijke richting zicht op de Gras- en Korenlei, en in de verte het Gravensteen. In oostelijke richting geeft de brug het typisch zicht op de drie Gentse torens: de Sint-Niklaaskerk, het Belfort van Gent en de Sint-Baafskathedraal. Een ideale publiekstrekker voor de Wereldtentoonstelling van 1913.

De “skyline” van het middeleeuwse Gent werd/wordt bepaald door drie torens die midden in het stadscentrum op één rij zijn gebouwd. Vanaf de Graslei zie je eerst de Sint-Niklaaskerk. Deze kerk ontstond op de oude fundamenten van vorige bouwwerken in de dertiende eeuw en is een fraai voorbeeld van Scheldegotiek.

De tweede toren in de rij is het Belfort. Toen de burgerij in de middeleeuwse steden steeds rijker en belangrijker werd wilde zij deze rijkdom ook tonen door middel van dit soort grote torens. Daarnaast diende de toren ook als wachtpost , noodklok en gaf men , in een tijd zonder horloges het begin en einde van een werkdag aan. In tijden van nood en rampen luidde men de klokken van de stad zodat alle inwoners gewaarschuwd waren.

De derde toren in de rij is de Sint-Baafskathedraal. Naast dat dit een prachtige kerk is komt zijn beroemdheid toch vooral door de aanwezigheid van het ‘Lam Gods’ van Van Eyck.

We naderen het einde van de vaarroute. Vaar nog even verder om dan links af te slaan aan de Coupure. Hier vind je je aanlegsteiger terug.

Deze vaartocht kwam tot stand in samenwerking met:

Op stap met een gids?

Bekijk hier het volledige gidsenaanbod van Gent