Hoge middeleeuwen en de aanzet van de Guldensporenslag
In de hoge middeleeuwen kende Gent een enorme groei van een kleine nederzetting aan de samenvloeiing van de Leie en Schelde tot één van de grootste steden in West-Europa. Deze evolutie is mede te danken aan de locatie van Gent op de handelsroutes waarbij de wol- en graanhandel de rijkdom van de stad vergroot. De rijke handelaars worden grondeigenaars. Zij laten mooie woningen optrekken, de zogenaamde Stenen, waarvan er nog heel wat zichtbaar zijn vandaag de dag (Steen Borluut, Steen De Spieghel, Ryhovesteen, enz.). Daarnaast worden ook de zogenaamde stapelhuizen gebouwd voor de opslag van o.a. graan (Het Spijker is zo een stapelhuis dat de tand des tijds heeft doorstaan).
De toenmalige graaf Filips Van de Elzas, Graaf van Vlaanderen, liet een optrek bouwen waarvan de toren hoger zou uitkomen dan deze Stenen, eerder symbolisch, om duidelijk te maken aan de Gentse bevolking wie de grafelijke macht uitoefende. Alzo wordt het Gravensteen gebouwd (in de eeuwen die volgen wordt het Gravensteen verder omgebouwd en krijgt het andere invullingen).
De welvaart in Gent is in deze periode voornamelijk te danken aan de wolhandel tussen de textielhandelaars en Engeland (wat voor spanningen zorgde met de voornamelijk pro-Franse graaf). Daarbovenop groeide ook binnen de ambachten zelf spanningen door de groeiende kloof tussen de ambachtsmannen en de textielhandelaars.
Wil je graag meer te weten komen over deze periode in Gent? Ga dan mee op stap met één van de vele gidsen in Gent en laat je meevoeren doorheen de rijke geschiedenis van Gent!